INFO over de sub factoren van de Aanvaardbare Risico's
OK
NIEUW REF
NOK REF OK
Berekening van a, de aanzetfactor NOK
Aangezien er meerdere mogelijke brandoorzaken zijn, maakt men gebruik van een tabel met reeksen oorzaken. Men gebruikt hierbij de volgende categorieŽn: hoofdactiviteit, verwarmingswijze, elektrische installaties, nevenactiviteiten en zones met explosiegevaar.
ICON27
HOOFDACTIVITEIT A - REF A - V1 A - V2
A1. Niet-industriŽle activiteiten ( woningen, kantoren, scholen, enz.) 0
A2. Industrie van onbrandbare producten. (EN Sprinklerklasse OH1) 0
B. De meeste types industrie, winkelcentra, handelszaken (EN Sprinklerklassen OH2 en OH3) 0,2
C. Industrie van brandbare producten zoals hout, papier, petrochemie. (OH4 / HH1-HH4 ) 0,4
D. Opslagplaatsen( EN Sprinklerklasse S) 0
Ongewijzigd 0
ICON14
VERWARMINGSMETHODES (ruimte en proces) - 1
E1. Zonder verwarming : geen risico 0
E2. warmteoverdracht door vaste stoffen of water of stoom 0
E3. warmteoverdracht met gestuwde lucht of met olie. 0,05
Ongewijzigd 0
VERWARMINGSMETHODES (ruimte en proces) - 2
F0. Niet toepasselijk 0
F1. Generator in een brandwerend gescheiden stookplaats 0
F2. Generator in het compartiment zelf. 0,1
Ongewijzigd 0
VERWARMINGSMETHODES (ruimte en proces) - 3
G0. Niet toepasselijk 0
G1. Energiebron: elektriciteit, kolen, stookolie. 0
G2. Energiebron: gas 0,1
G3. Energiebron: hout of afvalproducten 0,15
Ongewijzigd 0,1
ICON22
ELEKTRISCHE INSTALLATIES.
I1. conform en regelmatig gecontroleerd†††††††††††††††† 0
I2. conform zonder periodieke controle 0,1
I3. niet conform aan de installatieregels. 0,2
Ongewijzigd 0
ICON24
ONTPLOFFINGSGEVAAR- 1
Z.Niet toepasselijk 0
Z0. Permanent ontploffingsgevaarATEX zone 0 0,3
Z1. Ontploffingsgevaar bij normale werkingATEX zone 1 0,2
Z2. Ontploffingsgevaar bij abnormale werkingATEX Zone 2†† 0,1
Ongewijzigd 0
ONTPLOFFINGSGEVAAR - 2
K0. Niet toepasselijk 0
K1. Gevaar voor stofexplosies ATEX zones 20/21/22 0,2
K2. Productie van brandbaar stof zonder afzuiginginstallatie 0,1
Ongewijzigd 0
ICON25
Gebruik van ontvlambare producten : verven, lakken, spuiten; lijm op basis van solventen en dgl.
GEEN 0
N1. in een afzonderlijke plaats met aangepaste ventilatie 0,05
N2. In een afzonderlijke plaats zonder ventilatie 0,1
N3. zonder afscheiding t.o.v. de hoofdactiviteit 0,2
Ongewijzigd 0
evacuatietijdsfactor t A - REF A - V1 A - V2
De factor t is bepaald door de evacuatietijd. Men berekent hem in functie van het aantal en de beweeglijkheid van de aanwezige personen, van de afmetingen van het gebouw, en van de kenmerken van de evacuatiewegen.
De totale lengte van de evacuatieweg is berekend met de opgegeven waarden van b, l, H+ of H-.
INFO over X
Bepaal X, het aantal personen dat uit het compartiment moet evacueren.[1]
ICON09
Kent men dit aantal niet, dan kan men het schatten aan de hand van de volgende tabel in functie van de oppervlakte van het compartiment.[2] pers./m≤
Totaal aantal personen in het compartiment door gebruiker bepaald m m m
01. wachtzalen, perrons van stations 3 3 3
02. ontmoetingsruimten zoals kerken, dancings, feestzalen 1,5 1,5 1,5
03. ontmoetingsruimten zoals restaurants, congreszalen 0,6 0,6 0,6
04. klassen in scholen 0,5 0,5 0,5
05. kleutertuinen 0,3 0,3 0,3
06. laboratoria en werkplaatsen in scholen 0,2 0,2 0,2
07. medische instellingen (gezondheidsfunctie) 0,1 0,1 0,1
08. gevangenissen, gebouw met celfunctie 0,1 0,1 0,1
09. residentiŽle gebouwen, woningen, hotels, pensions 0,05 0,05 0,05
10. handelszaken gelijkvloers en kelders 0,3 0,3 0,3
11. handelszaken, bovengrondse verdiepingen 0,2 0,2 0,2
12. kantoren 0,1 0,1 0,1
13. industrie (productie) 0,03 0,03 0,03
14. opslagplaatsen 0,003 0,003 0,003
15. IN LOKALE WETGEVING BEPAALDE BEZETTINGSGRAAD[3] 0,1 0,05 0,03
Ongewijzigd aantal personen per m≤ 0,03 0,03
INFO over x
Bepaalx,het aantal doorgangseenheden rekening houdend met wettelijke bepalingen en praktische kenmerken.
ICON10
x is het aantal doorgangseenheden. De minimale effectieve breedte voor een doorgang is 60 cm, (tenzij anders bepaald bij wet). Maar men moet rekening houden met plaatselijke omstandigheden b.v. in een hospitaal is de breedte van de gebruikte bedden bepalend.
Men moet rekenen met 20 cm verloren breedte. Een deur van 80 cm breedte heeft dus een effectieve breedte van 60 cm. Een gang van 2 m breed heeft een effectieve breedte van 180 cm.
Om de waarde van x te bepalen, bekijkt men alle uitgangen die toelaten om het compartiment te verlaten, en de toegangsweg om bij die uitgangen te geraken. Men bepaalt voor elke uitgang de smalste breedte in cm, trekt er 20 cm af, en deelt het resultaat door 60 cm.
Men telt dan de quotiŽnten samen. Dit geeft de waarde van x , het aantal uitgangseenheden voor het compartiment
GANG
In het voorbeeld is voor uitgang A is de breedte van de deur A bepalend, maar voor uitgang B moet men met de breedte C van de gang rekenen.
Opmerking: Schuifdeuren, schuifpoorten, rolpoorten en kantelpoorten tellen niet mee, tenzij ze specifiek ontworpen en aanvaard zijn als nooduitgangdeuren
INFO over p A - REF A - V1 A - V2
ICON08
Personen die zelfstandig kunnen bewegen en die vertrouwd zijn met het gebouw waarin ze zich bevinden, zullen gemakkelijk kunnen evacueren. Dit is minder het geval voor mensen die hulp nodig hebben, of die moeten zoeken naar de uitgangen.
Mogelijkheid D laat toe om de p factor the berekenen voor een gemengde groep
A. Beweeglijke en onafhankelijke personen (bv.. arbeiders) 1 20,0% 1 10,0% 1 60,0%
B. Beweeglijke maar afhankelijke personen (bv.. leerlingen, bezoekers) 2 10,0% 2 50,0% 2 20,0%
C. Weinig beweeglijke personen (bv.. zieken of bejaarden, gevangenen) 8 70,0% 8 40,0% 8 20,0%
D. Berekende waarde voor een gemengde groep (wijzig met info A) 6 100,0% 4,3 100,0% 2,6 100,0%
Ongewijzigd 1 1
INFO over K - Beschikbare en onderscheiden uitgangswegen
ICON11
Het aantal BESCHIKBARE en ONDERSCHEIDEN uitgangswegen wordt als volgt berekend:
Bepaal EERST, het aantal uitgangen dat eindigt in open lucht, in hoofdzaak buitendeuren en buitentrappen, maar geen ladders.
De tweede stap is het bepalen van de maximale capaciteit van alle uitgangen samen. Dit bekomt men (automatisch) door het aantal uitgangseenheden met 120 te vermenigvuldigen.[4]
De derde stap is die capaciteit te delen door het aantal aanwezigen. Dit geeft het theoretisch aantal "onderscheiden" uitgangswegen. Het werkelijke aantal kan nooit meer dan 4 zijn, omdat men impliciet een hoek van 90į tussen de onderscheiden uitgangswegen vooropstelt.[5]
Het aantal BESCHIKBARE en ONDERSCHEIDEN uitgangswegen "K" is dan de kleinste waarde van de stappen 1 en 3 . waarde K
RICHT
minder dan 1
ontoelaatbaar
minder dan 2 1
minder dan 3 2
minder dan 4 3
meer dan 4 4
relatieve waarde van de inhoud c1
kies de waarde van c1 in functie van de vervangingsmogelijkheden .
a. voor een vervangbare inhoud 0
b. voor een moeilijk vervangbare inhoud[6] 0,1
c. voor een onvervangbare inhoud[7] 0,2
Ongewijzigd 0
afhankelijkheidsfactor d A - REF A - V1 A - V2
De activiteit die in dit compartiment plaatsgrijpt, wordt door een brand tijdelijk onderbroken of zelfs stilgelegd. De toegevoegde waarde is een goede maat voor de gevoeligheid van de activiteit voor onderbreking.
De toegevoegde waarde is de som van de personeelskosten, de financiŽle kosten, de afschrijvingen en de bedrijfsresultaten. Het omzetcijfer is het totaal van de inkomsten die voortkomen uit de economische activiteit.
Hoe groter de verhouding tussen de toegevoegde waarde en het omzetcijfer, hoe gevoeliger de activiteit is voor bedrijfsschade. Deze verhouding is de waarde van d. Enkele typische waarden zijn:
a. hoogtechnologischeindustrie (vliegtuigbouw ) 0.7 tot 0.9 0,80 0,80 0,80
b. fijntechnologischeindustrie (elektronica )0.45 tot 0.7 0,60 0,60 0,60
c. verwerkende industrie : 0.25 tot 0.45 0,35 0,35 0,35
d. Handelsondernemingen opslagplaatsen: 0.05 tot 0.15 0,10 0,10 0,10
e. Administratieve diensten :0.8 0,80 0,80 0,80
f. Gemiddelde voor de meeste ondernemingen 0,30 0,30 0,30
g. DOOR DE GEBRUIKER BEPAALD (bij info A) 0,21 0,42 0,63
Ongewijzigd 0,30 0,30
Building cost indexes 2000 2008
BE Belgium : ABEX 503 654 1.301
NL Netherlands : CBS 94 122 1.297
FR France : INSEE 1083 1385 1.278
UK United Kingdom : BCIS
DE

[1]
X is het maximaal aantal personen dat bij brand uit het compartiment moet evacueren.
[2]
De meeste van deze "maximale" bezettingsgraden komen uit NFPA 101.In andere regelgeving kan men lagere cijfers vinden die op een gemiddelde bezetting zijn gebaseerd.
[3]
door de gebruiker te bepalen en in te voeren: let op : gebruik personen per m≤
[4]
De maximum capaciteit van een uitgangseenheidmet een nuttige breedte vancm ( bv.. een deurvan 80 cm ) is 120 personen per minuut. Als meer mensen die uitgang willen gebruiken, zal er een file zijnaan de doorgang, wat de evacuatie vertraagt..
[5]
Als men alle uitgangseenheden nodig heeft om aan de evacuatievereisten voor de bewoners te voldoen, moeten ze samen beschouwd worden als een ENKELE uitgangsweg.
[6]
Voorbeelden: machines met lange leveringstermijn, grote of complexe installaties
[7]
Voorbeelden: kunstwerken, historische gebouwen, op maat ontworpen machines met lange leveringstermijn.