Fire(SEPC): Fire Safety Evaluation Procedure for Parish Churches.
Inleiding.
A.Copping van de School of Architecture and Civil engineering, van de University of Bath, UK heeft in opdracht van de Church of England een puntensysteem ontwikkeld om de brandveiligheid van kerken te beoordelen. De aanzet tot deze methode was de vaststelling in de UK dat de historische parochiekerken een groter aandeel hadden in de brandschade dan alle andere types van historische gebouwen, wat bevestigd werd door de statistieken van de Home Office en van de Ecclesiastical Insurance Group, die zowat 95 % van de kerken van de Church of England verzekert.
De bezorgdheid van de kerkelijke overheid gaat vooral naar het gebouw en zijn inhoud, eerder dan naar de veiligheid van de gebruikers, omdat dit laatste statistisch gezien er geen hoog risico is. De Church of England heeft zowat 16000 kerken in gebruik, waarvan er 75 listed (geklasseerd?) zijn en zowat 2400 als gebouwen van uitzonderlijke waarde (grade one properties).
De opdracht was een eenvoudige, herhaalbare techniek te ontwikkelen voor het beoordelen van de materiële brandveiligheid van kerkgebouwen en voor het identificeren van de gebreken.
Voor het beoordelen van de intrinsieke brandveiligheid van een kerk, identificeerde een groep experten een aantal kenmerkende componenten, en gaf aan iedere component een gewicht in het beoordelen van de brandveiligheid. Elk van deze componentenn wordt dan ter plaatse bekeken en beoordeeld op een schaal van 0 tot 5. Deze beoordelingen worden dan vermenigvuldigd met het gewicht van elke component, zodat de som van deze waarden kan dienen als een globale score voor de brandveiligheid van het kerkgebouw.
Aan de andere kant werd een beoordeling van de waarde van het kerkgebouw vastgelegd op basis van zijn historische waarde en zijn gebruikswaarde. Voor de historische waarde hield men rekening met de klassering van het gebouw en zijn inhoud, voor de gebruikswaarde ging men na hoeveel diensten er werden gehouden, en hoeveel kerkgangers er waren tov van de capaciteit van de kerk.
De bekomen waarden worden dan met elkaar vergeleken om het veiligheidsniveau te bepalen. Dit houdt in dat voor een kerk met een grotere waarde er een beter niveau van brandveiligheid wordt verwacht om tot een "aanvaardbaar risico" te komen. Deze methode laat toe om bvb. de kerken van een bepaald bisdom onderling te gaan vergelijken om dan de (schaarse) middelen toe te wijzen aan de verbetering van de veiligheid van de meest kwetsbare gebouwen.
Beoordeling van de brandveiligheid.
De beoordeling gebeurt in zes stappen:
- Stap 1: identificatie van het risico: Een persoon met voldoende kennis van bouwkunde en brandveiligheid maakt een analyse van het gebouw en zijn kenmerken.
- Stap 2: Ernst van de brandschade: Men gaat er van uit dat de brand tot een "compartiment" kan beperkt worden, en op basis daarvan maakt men een schatting van de grootst mogelijke schade. (PoML = potential maximum loss)
- Stap 3: Brandbeschermingsmaatregelen: de beoordeling van de aanwezige middelen voor bescherming tegen brand ( FSM = fire safety mesaures)
- Stap 4: Beoordeling van de waarde van het gebouw in functie van zijn historische en functionele waarde (HV = historic value en FV = functional value).
- Stap 5: Gevoeligheidsbeoordeling: uit de hand van de elementen uit de stappen 2, 3 en 4 maakt men een beoordeling van de gevoeligheid (FVR = fire vulnerability rating) met de formule FVR = 2 (HV + FV) + PoML en van de brandveiligheidscore OFSR = FVR - FSM .
- Stap 6 : Eindebeoordeling OFSR = Overall fire safety rating. De waarde die in stap 5 werd bekomen wordt vergeleken met een afgesproken doelwaarde om de verbeteringsstrategie te bepalen.
- Een OFSR kleiner dan 0 wordt als onaanvaardbaar beschouwd: er is onvoldoende bescherming, rekening houdend met de waarde van het kerkgebouw. Een OFSR tussen 0 en 10 wordt als aanvaardbaar beschouwd, maar er wordt gestreefd naar een OFSR > 10 aan wenselijk niveau.
Componenten van de brandveiligheid.
De expertgroep identificeerde de volgende componenten om te beoordelen :
| component |
definitie |
gewicht % |
| structuur |
De bouwkundige configuratie van het gebouw |
4 |
| toegangswegen en uitgangen |
Geschikte alternatieve toegangen en uitgangen om waardevolle items uit het gebouw te verwijderen |
2 |
| bouwkundige elementen |
De structurele elementen van het gebouw en hun bijdrage tot de brandveiligheid |
6 |
| detectie en communicatie |
De mogelijkheid om vlug brand te detecteren en de brandweer en/of aanwezigen op te roepen voor actie |
6 |
| noodverlichting |
minimale verlichting om een reddingsteam toe te laten in het gebouw en zich in veiligheid te stellen bij brand |
2 |
| meubilair en bekleding |
de bijdrage van alle vaste en losse meubilair tot de brand(on)veiligheid |
5 |
| decoratie |
de bijdrage van alle decoratie (vast en los) tot de brand(on)veiligheid |
5 |
| huishouding |
de organisatie van opslagplaatsen en het beheer van de onderhoudswerken |
7 |
| binnenafwerking |
De bijdrage van de binnenafwerking tot brandverspreiding, incl. wandbekleding |
4 |
| manuele brandbestrijding |
de aanwezige eerste interventiemiddelen ten behoeve van de aanwezigen en/of de brandweer , zoals blussers en haspels |
7 |
| beheerssystemen |
systemen voor het beheer en periodieke controle van de beschikbare bescherming |
13 |
| passieve bescherming |
brandwerende barrières om brandverspreiding tegen te gaan |
5 |
| ruimtelijke schikking |
de invloed van de vorm van het gebouw op de verspreiding van brand |
1 |
| reddingsoefeningen |
training van de aangeduide personen in het redden van waardevolle voorwerpen bij brand |
4 |
| security |
manieren om ongeoorloofde toegang tot het gebouwen te beheersen |
4 |
| blussystemen |
middelen om automatisch brand te blussen |
8 |
| rookbeheersing |
factoren die de verspreding van rook beïnvloeden |
5 |
| brandweer |
de mogelijkheden van de interveniërende brandweer |
12 |
Elk van deze elementen wordt aan de hand van een worksheet beoordeeld op een schaal van 0 tot 5, en de score wordt bekomen door die men bekomt door de producten van de beoordeling met het gewicht wordt gebruikt als maat van brandveiligheid.
Het bepalen van de score vereist wel een voldoende kennis van brandveiligheid, een minder geschoolde waarnemer zou zich bvb. kunnen laten bijstaan door de plaatselijke brandweer om tot een redelijk correcte beoordeling te komen.
Gebruik.
Het puntensysteem laat toe om kerken onderling te vergelijken, zo kan bvb. een kerkgebouw met grote historische waarde met een zekere bescherming toch als minder beveiligd beschouwd worden dan een kleine lokale kerk, als het verschil tussen de schadeimpact en de beschikbare bescherming onvoldoende groot is.
Men kan omgekeerd ook afleiden welke score een kerkgebouw zou moeten hebben en aan de hand van de beoordeling een idee krijgen van een mogelijk verbeteringsplan. Dit kan vooral nuttig zijn voor kerkfabrieken, die argumenten zoeken om financiering van brandveiligheidsmaatregelen te verantwoorden.
Vergelijking met FRAME.
Dit systeem lijkt eenvoudiger en is meer specifiek op 1 doelgroep gericht. Er wordt vrij veel gewicht toegekend aan het dagelijks beheer van het gebouw. Bij FRAME wordt een niet goed beheerde component van de brandveiligheid als "onbestaande" beschouwd. FRAME is dus meer op de ontwerper van brandveiligheid gericht, terwijl dit puntensysteem meer is toegespitst op de behoeften van een bepaalde doelgroep.