WAT IS "FRAME"?
FRAME staat voor Fire Risk Assessment Method for Engineering. Het is de waarschijnlijk de MEEST COMPLETE, TRANSPARANTE en PRAKTISCHE
methode voor het berekenen van het brandrisico in gebouwen. Het is
een uitstekend werkinstrument voor de ingenieur die een performant en
toch economisch brandbeveiligingsconcept moet uitwerken voor
bestaande of voor nieuwe gebouwen.
De benadering in FRAME is anders dan die van
bouwverordeningen en gelijkaardige reglementeringen die hoofdzakelijk
gericht zijn op de veiligheid van personen. FRAME bekijkt ook de
bescherming van goederen en activiteiten. De methode laat toe
verschillende gevallen op een uniforme manier te benaderen. Zij vormt
een leidraad voor de risicobepaling en voor de keuze der bescherming,
en helpt bij het vergelijken van alternatieve oplossingen. Het
resultaat van een systematische evaluatie van verscheidene
invloedsfactoren is een reeks waarden die in cijfers uitdrukken wat
anders moet verteld worden met een lange beschrijving van positieve
en negatieve aspecten. De methode is niet geschikt voor
openluchtinstallaties.
FRAME maakt gebruik van vereenvoudigde brandmodellen en is
opgebouwd zoals de meeste methodes voor risico-evaluaties. Vertrekkend van
een aantal brandscenario's, houdt men houdt rekening met de waarschijnlijkheid
van de brand, met de aard van de blootstelling, met de ernst van de gevolgen.
Vandaag zijn honderden praktische berekeningen beschikbaar die de
goede werking van de FRAME methode aantonen.
WAARVOOR KAN FRAME GEBRUIKT WORDEN?
De methode is bedoeld om een veiligheidsingenieur te helpen bij zijn taken:
- Het ontwerpen van efficiënte brandbescherming.
- Bestaande situaties onderzoeken, zelfs al beoogt men geen onmiddellijke verbeteringen.
- Schatting van de voorzienbare schade: De ervaring heeft aangetoond dat er een directe relatie is tussen het berekend risico R en de te verwachten schade bij een belangrijke brand.
- Alternatieven voor prescriptieve voorschriften verantwoorden: Een eerste berekening volgens de voorschriften geeft het te behalen veiligheidsniveau, terwijl een tweede berekening volgens het voorgestelde alternatief kan dienen als bewijs dat hetzelfde doel bereikt wordt.
- Kwaliteitscontrole voor de veiligheidsingenieur. De methode verplicht grondig te werk te gaan door de systematische benadering van de invloedsfactoren en beperkt
eventuele subjectieve appreciaties.
De ontwikkeling van de FRAME methode.
FRAME werd ontwikkeld uit de methode die in de jaren '60 door
de Zwitserse ingenieur M.GRETENER werd beschreven, en uit meerdere
gelijkaardige benaderingen : ERIC (Evaluation du Risque dIncendie
par le Calcul), een methode uitgewerkt in Frankrijk door SARAT en
CLUZEL, de Duitse norm DIN 18230 en de Oostenrijkse TRBV100, de
tariefsystemen van verzekeraars, enz.
Vertrekkend van de kenmerken van het gebouw en zijn inhoud,
bepaalde de GRETENER- methode het gevaar voor het patrimonium. Daar
moesten twee luiken bijkomen, een voor de personen en een voor de
activiteiten om tot de volledige FRAME benadering te komen.
De voorganger van FRAME werd reeds in 1980 in de Hogere Cursus brandveiligheid van NVBB - ANPI opgenomen als methode om het brandrisico te schatten. Deze methode bevatte enkel de luiken patrimonium en personen. Tussen 1983 en 1988 werd het derde luik van FRAME ontwikkeld met het oog op het inschatten van de bedrijfschade na brand. In 1988 werd de methode gepubliceerd door ANPI-NVBB als TD73 : Schatting van het brandgevaar. Omdat dit document enkel in het Nederlands en het Frans werd gepubliceerd , kreeg het weinig belangstelling buiten België. In die periode was de PC nog een veredelde schrijfmachine met DOS; een klein softwareprogramma in BASIC was beschikbaar voor de berekeningen. De voornaamste toepassing van FRAME in die periode was het beoordelen van industriële brandrisico's , wat door de ANPI cursisten elk jaar toegepast werd.
De FRAME methode werd aan een internationaal publiek voorgesteld op het SFPE seminarie tijdens 1992 NFPA Annual Meeting. De belangstelling was matig, FRAME sluit niet echt aan op de Amerikaanse praktijk van Code compliant design die toen gebruikelijk was.
De toepassing van FRAME voor niet-industriële gebouwen met een betrekkelijk laag risico voor het patrimonium, maar met meer specifieke eisen voor de veiligheid van de personen, leidde in de periode 1995-1998 tot een herziening van de formules voor het aanvaardbare risico voor de personen en voor de factor U, de bescherming van de evacuatie. De formules werden zo aangepast dat de tijd nodig om het gebouw te verlaten vergeleken werd met een referentietijd van 6 minuten, en dat de bescherming van de evacuatieweg werd beoordeeld. Dit werd ingebouwd in de 2de versie van FRAME, van 1998.
Tezelfdertijd werd een Windows programma uitgewerkt om de berekeningen te maken en om rapporten te genereren. Deze software was in meerdere talen beschikbaar.
Sinds het uitkomen van FRAME versie 2, is in het vakgebied van de brandveiligheid de vraag naar een resultaatgerichte aanpak sterk gestegen. Het gebruik van brandsimulatiemodellen biedt de mogelijkheid om bepaalde brandscenario's beter te bestuderen, maar lost het probleem niet op hoe men het veiligheidsniveau van een bepaald brandbeschermingsconcept kan beoordelen, zonder al te veel subjectieve invloeden.
Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de toepassing van FRAME voor het beoordelen van risico's nu meer en meer de aandacht trekt, omdat het gebruik van formules die subjectieve beoordeling sterk beperkt.
In 2008 werd een nieuwe versie "FRAME 2008" uitgebracht. Het Windows rekenprogramma werd vervangen door een Excel- invoegtoepassing en een aantal deelfactoren werden aangepast. Zo werd er rekening gehouden met de nieuwe Europese classificatie "reactie bij brand" voor de brandverspreidingsfactor i, werd de methode om de watervoorzieningen te beoordelen verder uitgewerkt en werden meer mogelijkheden voorzien om gewogen gemiddelden te gebruiken. De invoegtoepassing is in meerdere talen beschikbaar.
|